Typisch Nederlands; de arbeidsmarkt ongelijkheid

De achterstand die vrouwen hebben op de Nederlandse arbeidsmarkt is niet profijtelijk voor de groei van de welvaart in ons land.
Wanneer Nederland beter zou scoren op gendergelijkheid zou de economie hierdoor een extra impuls krijgen van ca 17%. Bij een volledige gendergelijkheid zou de rijkdom van de Nederlanders met 32% om hoog schieten. (Onderzoek McKinsey*)

Een sterkere positie voor vrouwen op de arbeidsmarkt biedt kansen en voordelen voor individuen, bedrijven, sectoren en de algehele economie

Nederland heeft een solide maatschappelijke basis van gendergelijkheid, maar deze vertaalt zich niet volledig door naar de arbeidsmarkt.

Nederlandse vrouwen werken grotendeels in het onderwijs en in de zorg. Vaak in deeltijd. Deze banen leveren een kleinere bijdrage aan het bruto binnenlands product.
Vrouwen doen ook veel onbetaald werk. En de traditionele Nederlandse opvatting rond werkende moeders en beroepskeuzes voor vrouwen werken remmend op de gendergelijkheid.
Deze factoren versterken elkaar volgens de onderzoekers van McKinsey. Maatregelen om de achterstand van vrouwen op de arbeidsmarkt weg te werken zijn nog niet doeltreffend.

Opplussen: +4 uur in 2022
Het aandeel vrouwen in de beroepsbevolking is in lijn met West-Europa, maar bijdrage aan het bbp is het laagst, met name gedreven door het relatief lage aantal arbeidsuren.
Wanneer Nederlandse vrouwen hun gemiddelde arbeidstijd opplussen met 4 uur dan komen zij in 2022: op het gemiddeld aantal arbeidsuren van 31 uur, dat is in lijn met het West-Europese gemiddelde’), maar ook met sectoren of bedrijven. Hun financiële zelfredzaamheid zou daar ook baat bij hebben.

Ook vrouwen met een kleine deeltijdbaan <20 uur zouden hun economische zelfstandigheid vergroten door 5 uur meer te gaan werken.

De arbeidsmarkt in zorg en onderwijs zou al ont stressen als de arbeidstijd van het vrouwelijk personeel met 1 uur wordt opgehoogd.

Dubbel snijdend zwaard
In Nederland werken zowel mannen als vrouwen veel vaker in deeltijd dan andere West-Europeanen. Bijna de helft van de Nederlandse werkzame beroepsbevolking heeft een deeltijdbaan van minder dan 35 uur per week. Onder werkende vrouwen is dit percentage maar liefst 74 procent.
Fiscale prikkels voor kinderopvang hebben niet het gewenste resultaat als vrouwen er nog steeds op worden aangekeken als hun kind meer dan 3 dagen naar de opvang gaat.
Deeltijdwerk maakt de combinatie van zorg en werk gemakkelijker. Wel laat het arbeidspotentieel onbenut. De maatschappelijke investering in de opleiding van vrouwen boekt daardoor onvoldoende rendement. Maar liefst 56% van de recent afgestudeerden HBO/WO is vrouw. Na de studie accepteren deze vrouwen vaak een deeltijdbaan, wat ze meteen al op achterstand zetten als later in hun loopbaan de hogere functies worden verdeeld.

Alarmbellen
In negen van vijftien indicatoren laat Nederland vergeleken met andere West-Europese landen een ‘hoge of extreem hoge mate van genderongelijkheid’ zien. Zes daarvan hebben betrekking op de arbeidsmarkt. Ook bij vertegenwoordiging in de politiek en bij geweld tegen vrouwen is het slechter gesteld dan elders.

Het *rapport wordt woensdag 13 september 2018 aangeboden aan minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Emancipatiezaken).

 

____________________________________________________________

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s