‘Refugiées sur place’; verwesterde vrouwen

Vrouwelijke vreemdelingen die verwesterd zijn, er een levensstijl op na houden die niet getolereerd wordt in het land van herkomst, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op asiel in Nederland. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 21 november deze uitspraak.

Rechtspraak
Een jonge Afghaanse vrouw spande een procedure aan waarbij zij procedeerde over haar recht op een verblijfsvergunning vanwege haar Westerse levensstijl.
De Raad van State verwijst evenals de Rechtbank de zaak terug naar de Staatssecretaris die haar levenswandel moet toetsen aan de gestelde criteria. (Uitspraak RvS 201701423/1/V2)

De Afdeling beantwoordt in deze uitspraak de vraag of vrouwen die naar Nederland zijn gekomen en een westerse levensstijl hebben aangenomen, kunnen worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en de Kwalificatierichtlijn (hierna: de richtlijn). Die vrouwen hebben in Nederland een levenswijze ontwikkeld die afwijkt van de normen die voor hen in het land van herkomst gelden. Zij dragen bijvoorbeeld geen boerka of andere zeer bedekkende kleding, gaan zonder mannelijke begeleiding over straat, maken zelfstandig en onafhankelijk van een man keuzes en volgen onderwijs. Deze uitspraak gaat over de vraag naar de bescherming van het vluchtelingenrecht voor vrouwen die pas na vertrek uit hun land van herkomst vluchteling stellen te zijn geworden, de zogeheten ‘refugiées sur place’.

Westerse levensstijl
Een westerse levensstijl betekent in het kader van deze beoordeling door de Afdeling dat een vreemdeling in Nederland gebruik maakt en ook na terugkeer in het land van herkomst gebruik wil blijven maken van de rechten en vrijheden die aan vrouwen in Nederland worden geboden. Dat wil zeggen dat zij zich in Nederland niet gedraagt overeenkomstig de in het land van herkomst heersende normen en verwachtingen.

De westerse levensstijl moet het gevolg zijn van een godsdienstige of politieke overtuiging. Door het praktiseren van deze overtuiging lopen ze kans op vervolging.
Aangetoond moet worden dat zij bij terugkeer zich niet meer volledig kan aanpassen aan de normen van het land van herkomst.

Volgens de Afdeling is niet uitgesloten dat een vreemdeling om die kenmerken toch een vervolgingsgrond wordt toegedicht. Maar een vreemdeling kan dat niet alleen aanvoeren, zij moet dat aannemelijk maken. Zij moet aannemelijk maken dat zij die kenmerken heeft en dat haar om die reden een vervolgingsgrond zal worden toegedicht (bijvoorbeeld een afwijkende geloofsovertuiging). De staatssecretaris moet zo’n claim van een vreemdeling dan onderzoeken en beoordelen. Hij moet beoordelen of aanpassing echt niet mogelijk is, en wat er gebeurt als een vreemdeling toch terug moet keren en zij zich bij terugkeer niet – volledig – kan aanpassen.

“Het asielrecht is niet bedoeld om die verschillen tussen verschillende landen op te lossen,” aldus de Afdeling bestuursrechtspraak”.

Bij deze uitspraak is ook een toelichtende video uitgebracht.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vandaag ook uitspraak gedaan in twee vergelijkbare zaken, over een andere Afghaanse vrouw en over een vrouw uit Somalië. Die uitspraken hebben de zaaknummers 201704575/1 en 201700575/1.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s